Dit vermogen wordt dus wel GEbruikt maar niet VERbruikt.




Er is voor het bijschakelen van een condensatortrap hetzelfde blindvermogen nodig als voor het afschakelen. Deze laatste is de vectoriele som van de Wattstroom en de blindstroom. Men kan dus ook de vectoriele som van werkelijk vermogen en blindvermogen nemen.

Voor de afschakeling van 1 trap is een blindvermogen gelijk nul nodig. Verbetering van de arbeidsfactor betekent dus een verlaagde belasting voor het voedende net. In dit verslag worden de verschillende soorten vermogens uitgelegd en de gevolgen hiervan. Men kan het beste de laagspanningszijde kiezen omdat men dan ook de transformator van blindstroom ontlast. Als men een ongunstige arbeidsfactor heeft betekent dat ,dat men bij een zelfde opgenomen werkelijk vermogen men een grotere schijnbare stroom heeft. Zo bedraagt de schijnbare stroom bij een cosinus Phi van 0,5 dat is een hoek van 60 graden twee keer de waarde van de Wattstroom.

Het werkelijk vermogen ook wel Wattvermogen genoemd wordt uitgedrukt in Watt's. Enkele voorbeelden zijn motoren boven de 15-20 kiloWatt en inductieovens. Als men een slechte cosinus Phi heeft kan het energieleverend bedrijf een blindvermogenmeter plaatsen en ook het blindvermogen in rekening brengen. Een ingebouwde tijdvertraging voorkomt dat met de hand te snel trappen worden af en bij geschakeld.