Voor de afschakeling van 1 trap is een blindvermogen gelijk nul nodig.




Bij meerdere regeltrappen wordt een vermogensrelais in combinatie met een programmaregelaar toegepast. De condensatoren zet men parallel met de belasting op het net aangesloten. Het net wordt door dit vermogen wel extra belast omdat er dus een extra stroom opgewekt moet worden,en dus de kabels deze stroom moeten kunnen voeren. Daarom gebruikt men voor dit doel ook uitsluitend condensatoren. Het capacitieve vermogen wordt dus alleen geproduceerd bij als de belasting in werking is. Om dit te voorkomen hoeft men maar te kompenseren tot een arbeidsfactor van 0,95 naijlend.

Dit vermogen wordt dus wel GEbruikt maar niet VERbruikt. In figuur 2 uit de bijlage wordt duidelijk gemaakt wat er gebeurt bij overcompensatie. Men kan dus in een bestaande installatie na verbetering meer vermogen plaatsen zonder tot extra kosten te komen voor dikkere kabels e. Dit omdat de stroom gereduceerd is tot de splitsing van condensator en belasting. Dit is het werkelijk opgenomen electrische vermogen,dat nodig is om het aangesloten apparaat te laten werken. Na het uitschakelen zal de motor nog even uitlopen. Men heeft dus bij enkele of bij alle belastingen een condensator. De blindstroom inductief is nodig om bijvoorbeeld een magnetisch veld op te wekken. Voor een stabiele regeling moeten de condensatortrappen in kVAr even groot zijn. Hierbij zijn er twe andere knoppen,een voor het afschakelen en een voor het bijschakelen.

De condensator heeft echter voordelen,ze hebben geen onderhoud,een eenvoudige opstelling,geen speciale fundatie nodig enz. Aan de hand van een tabel kan men deze waarde bepalen. Dit is ook een ongunstige situatie daar dan de arbeidsfactor nog steeds te groot kan worden,alleen dan naar de andere kant toe. Hierbij kan hij door zelfbekrachtiging als generator gaan werken waardoor er overspanningen ontstaan. De compensatie kan zowel op de hoogspanningszijde als aan de laagspanningszijde van de transformator worden toegepast.

Overcompensatie is gevaarlijk voor allerlei inductieve apparatuur daar er in inductieve apparatuur door de capacitieve stroom een negatief spanningsverlies kan ontstaan waardoor er dus een overspanning kan ontstaan. Kheb ook geen idee welke versterker ze eraan gaan koppelen. In het midden zit een rode drukknop die het mogelijk maakt om in ingedrukte toestand met de hand trappen bij en af te schakelen. Hieruit zien we dus dat bij een volledige compensatie bij vollast, er bij nullast een overcompensatie optreedt waardoor eerdergenoemde zelfbekrachtiging ontstaat.