Zowel de vlottende activa als de kortlopende schulden nemen af.




Kort Vreemd VermogenZowel de vlottende activa als de kortlopende schulden nemen af. Wees daarom voorzichtig bij de interpretatie van gegevens. Het toont de omvang van bezittingen, schulden en eigen vermogen op een bepaald moment. Het totaal van de investeringen is gelijk aan het totaal van de financiering. Korte termijn schulden zijn vaak niet rente-dragend, vallen onder de betalingsafspraken bij leveringen. Dit kengetal geeft aan in welke mate een onderneming op langere termijn aan zijn schulden zal kunnen voldoen. Alle activa met een looptijd korter dan een productiecyclus, zoals voorraden en vorderingen. Er wordt onderscheid gemaakt naar schulden op de korte termijn vlottende schulden, binnen één jaar te betalen en schulden op de lange termijn langlopende schulden, later dan na 1 jaar te betalen.

De rente wordt alleen betaald als er ook van het krediet gebruik wordt gemaakt. Normaal gesproken ligt de omlooptijd van debiteuren gemiddeld tussen de dertig en zestig dagen. Geef een omschrijving van het marktgebied en toekomstige afnemers. Naast deze ratio's kan er in het kader van solvabiliteit ook worden gekeken naar cash flow ratio's en het interest dekkingskengetal. Als bij intensieve financiering na een aantal jaar steeds hetzelfde aantal productiemiddelen in gebruik is. Onderdeel van het bedrijfsproces waarin de marketing en het verkopen van de producten centraal staan verkoop staat dan naast productie. De hypotheek is de meest bekende leenvorm voor de financiering van onroerend goed, zoals het bedrijfspand. In plaatst van de brutowinst kunnen we natuurlijk ook de nettowinst als grondslag nemen. Bij een winstgevende produktie wordt een deel van de winst gereserveerd en aan de reserves toegevoegd.

We hebben het dan al snel over de begrippen omlooptijd en omloopsnelheid. Op soortgelijke wijze kunnen we de omloopsnelheid en omlooptijd van bijvoorbeeld vaste activa en van voorraden berekenen. Probeer te achterhalen welke formules zijn gebruikt en check of de inputgegevens wel correct zijn. In de praktijk nemen we vaker een norm van bijvoorbeeld 2, omdat er sprake kan zijn van dubieuze debiteuren of incourante voorraden. Hierbij financiert de ondernemer elk activum apart. Op het moment dat er van die faciliteit gebruikgemaakt wordt, moet er rente betaald worden. Heb je al inzicht in de kostprijs van het product of de dienst? Zo ja, hoe is deze opgebouwd. Het is echter lastig om een norm weer te geven, omdat vaak een nadere analyse van de debiteurenlijst nodig is om excessen zichtbaar te maken. Nogal wat variaties van bovengenoemde kengetallen zijn in omloop.